Bestanden overzetten naar een nieuwe laptop doe je het makkelijkst via een usb-stick, een externe harde schijf of cloudopslag zoals OneDrive of Google Drive. Welke methode het beste werkt, hangt af van hoeveel bestanden je hebt en of je snel aan de slag wilt.
Methode 1: usb-stick of externe harde schijf
Een usb-stick of externe harde schijf is de meest directe manier om bestanden over te zetten. Je hebt er geen internetverbinding voor nodig en het werkt voor vrijwel elk bestandstype. Een usb-stick is handig voor kleinere hoeveelheden, zoals documenten en foto’s. Voor grotere mappen, zoals een muziek- of videobibliotheek, gebruik je beter een externe harde schijf met voldoende opslagruimte.
Zo doe je het:
- Sluit de usb-stick of externe schijf aan op je oude laptop.
- Open Verkenner (Windows) of Finder (Mac) en selecteer de bestanden die je wilt overzetten.
- Kopieer de bestanden naar het opslagapparaat (rechtsklik, Kopiëren naar, of sleep ze erheen).
- Wacht tot het kopiëren klaar is, koppel het apparaat veilig los en sluit het aan op je nieuwe laptop.
- Sleep de bestanden van het opslagapparaat naar de gewenste map op je nieuwe laptop.
Let op: kopieer de bestanden eerst naar je nieuwe laptop voordat je ze van het opslagapparaat verwijdert. Zo loop je geen risico als er iets misgaat.
Methode 2: cloudopslag
Cloudopslag werkt goed als je toch al gebruik maakt van diensten zoals OneDrive, Google Drive of Dropbox. Je uploadt de bestanden op je oude laptop naar de cloud, logt in op je nieuwe laptop en downloadt alles weer. Het grote voordeel: je hebt geen extra apparatuur nodig. Het nadeel is dat je afhankelijk bent van je internetsnelheid. Bij grote hoeveelheden data kan dit flink wat tijd kosten.
OneDrive is op Windows-laptops standaard ingebouwd. Als je de map “Documenten” of “Bureaublad” al gesynchroniseerd hebt met OneDrive, staan die bestanden na het inloggen op je nieuwe laptop automatisch klaar. Dat scheelt een hoop handmatig werk.
Bestanden overzetten naar nieuwe laptop via een netwerkkabel of wifi
Als beide laptops op hetzelfde wifi-netwerk zitten, kun je bestanden via het lokale netwerk overzetten. Op Windows gebruik je daarvoor de functie “Bestanden delen” of zet je mappen in het netwerk als gedeeld in. Dit is handig voor grotere hoeveelheden, omdat je niet beperkt wordt door de opslagruimte van een usb-stick. Het instellen kost iets meer tijd dan een usb-stick, maar de overzetsnelheid is vaak hoger, zeker met een bekabelde verbinding.
Wat zet je over en wat laat je achter?
Niet alles wat op je oude laptop staat, hoef je mee te nemen. Installatieprogramma’s voor software, tijdelijke bestanden en de Prullenbak zijn het overzetten niet waard. Installeer programma’s gewoon opnieuw op je nieuwe laptop. Wat je wél altijd meeneemt:
- Documenten, spreadsheets en presentaties
- Foto’s en video’s
- Muziek
- Favorieten en bladwijzers uit je browser (exporteer deze apart via je browser)
- Belangrijke e-mails (als je een lokale mailclient gebruikt zoals Outlook)
Controleer ook de map “Downloads” op je oude laptop. Daar staan vaak nog bestanden die je bent vergeten op te ruimen of opgeslagen hebt bedoeld als tijdelijk, maar toch wilt bewaren.
Welke methode past bij jouw situatie?
| Situatie | Beste methode |
|---|---|
| Weinig bestanden, snel klaar | Usb-stick |
| Veel bestanden (tientallen GB’s) | Externe harde schijf |
| Al actief met cloudopslag | OneDrive, Google Drive of Dropbox |
| Beide laptops beschikbaar en op hetzelfde netwerk | Lokaal netwerk (gedeelde mappen) |
De makkelijkste keuze voor de meeste mensen is een combinatie: zet grote bestanden over via een externe schijf, en gebruik cloudopslag voor documenten die je ook onderweg wilt kunnen bereiken. Zo ben je snel klaar en heb je meteen een handige back-up.